Fysiotherapie Miltenburg - fysiotherapie, manuele therapie, bekkenfysiotherapie
055 - 534 45 51

Ontlastingsklachten

Het aantal keren dat iemand naar het toilet gaat voor ontlasting varieert per persoon. De ene persoon gaat één of meerdere keren per dag, de andere enkele malen per week. Iedereen heeft hierin een eigen patroon.

Hoe werkt een 'gezonde' controle over de ontlasting?

De ontlasting gaat vanuit de dikke darm naar het laatste deel, de endeldarm. Deze kan een vrij grote hoeveelheid ontlasting opvangen omdat hij flink kan uitzetten. Pas als de endeldarm vol is, krijgen we aandrang, het signaal om naar het toilet te gaan. Op dat moment komt er druk te staan op de anus. Gelukkig zorgt de kringspier van de anus ervoor dat de ontlasting blijft waar hij is, tot we op het toilet zitten en we de kringspier het sein geven dat hij ontspannen mag.

Hebben we op het moment van aandrang geen gelegenheid om naar het toilet te gaan, bijvoorbeeld omdat er geen toilet in de buurt is, dan kunnen we de toiletgang normaal gesproken rustig een tijdje uitstellen. Het aandranggevoel verdwijnt en komt pas terug op het moment dat er weer nieuwe ontlasting in de endeldarm terechtkomt.

Bij het ophouden van de ontlasting spelen de bekkenbodemspieren een belangrijke rol. De bekkenfysiotherapeut kan samen met u kijken of uw leef- en eetgewoontes klachten kunnen veroorzaken en hoe de functie van uw bekkenbodemspieren is. Als de functie niet goed is kan de bekkenfysiotherapeut u helpen deze functie te verbeteren. Bij het ontlasten kunnen klachten optreden, zoals verstopping (obstipatie) en ongewild verlies van ontlasting (fecale incontinentie) en Obstipatie.

Obstipatie

Ons eten wordt in de darmen verteerd. Vooral in de dikke darm wordt er vocht aan de voedselbrei onttrokken. De ontlasting wordt in de dikke darm ingedikt tot er aandrang wordt gevoeld om te gaan ontlasten.

Als de ontlasting te lang in de dikke darm blijft, wordt er te veel vocht aan onttrokken en wordt de ontlasting harder en droger en is moeilijker kwijt te raken. Dit wordt obstipatie genoemd. Het is geen probleem als dit af en toe eens voorkomt, maar het is lastiger als dit regelmatig voorkomt. Veel mensen zullen gaan persen om de ontlasting kwijt te raken. Dit kan klachten geven, zoals aambeien en/of anale fissuren (pijnlijke scheurtjes bij de anus).

Wanneer spreken we van obstipatie?

  • Slechts één of twee keer per week ontlasting.
  • Harde, droge ontlasting.
  • Pijn bij de ontlasting. Door harde ontlasting kunnen scheurtjes of kloofjes in de anus ontstaan. Als hier nieuwe ontlasting langskomt, voelt u een scherpe, branderige pijn. Bij verstopping, als de darm heel vol is, kunnen dunne beetjes dunne ontlasting langs de harde brokken weglekken. Dit heet ook wel overloopdiarree.
  • Het gevoel dat er na de stoelgang nog ontlasting is achtergebleven, nog steeds te moeten poepen.
  • Aambeien. Als u vaak last hebt van verstopping en hard moet persen om uw ontlasting kwijt te raken, kunnen er aambeien ontstaan. Aambeien kunnen heel pijnlijk zijn.

Mogelijke oorzaken

Vaak is verstopping het gevolg van verkeerde leef- en eetgewoontes: te weinig lichaamsbeweging, vezelarme voeding en onvoldoende drinken. Meestal gaat het om een combinatie van deze factoren.

U krijgt harde ontlasting als u bij aandrang niet meteen naar het toilet gaat maar dit een tijd uitstelt. Immers, hoe langer de ontlasting in de endeldarm zit, hoe meer hij uitdroogt. Ga bij aandrang dus altijd direct naar de wc, ook als het u niet goed uit komt, of als er iemand op het aangrenzende toilet zit. Of in geval van aambeien: als u bang bent dat het pijn gaat doen, bedenk dat uitstel de ontlasting alleen nog harder, dus pijnlijker maakt.

U gebruikt geneesmiddelen die als bijwerking verstopping kunnen geven,
zoals kalmerende middelen (tranquillizers, antidepressiva), slaapmiddelen, staalpillen, maar ook het langdurig gebruik van laxeermiddelen.

Ook kan het zijn dat u tijdens de stoelgang de bekkenbodemspieren niet voldoende ontspant, zodat u niet helemaal uitpoept of de ontlasting afknijpt. Hierdoor raakt de endeldarm niet goed leeg. Dit geeft ophoping naar boven in de dikke darm, waardoor er klachten als een opgeblazen gevoel of buikpijn kunnen ontstaan.

Adviezen bij obstipatie

Vezelrijk eten: voedingsvezels stimuleren de werking van de darmen en nemen vocht op, waardoor ze voor zachtere ontlasting zorgen. Voor een goede stoelgang dient uw voeding 30-35 gram voedingsvezels per dag te bevatten. In de vezellijst kunt u nakijken of uw voeding voldoende vezels bevat.

Voldoende drinken: tenminste 1,5 tot 2 liter per dag. Zeker bij vezelrijke voeding is het belangrijk om voldoende te drinken, want anders zwellen de vezels onvoldoende op om voor een zachte ontlasting te kunnen zorgen. Begin de ochtend met een of twee glazen lauwwarm water op de nuchtere maag en drink overdag veel vloeistof/water (ten minste zes glazen per dag).

Zorg voor voldoende lichaamsbeweging, dit stimuleert de werking van de darmen. Een half uur per dag stevig wandelen is al voldoende. Bewegen is (ook) een 'must' voor de darmen.

De ontlasting niet ophouden! Zodra je aandrang voelt, moet je eigenlijk meteen naar het toilet gaan. Anders bestaat de kans dat de ontlasting indroogt en harder wordt. Het ophouden van de ontlasting betekent ook vaak dat het die dag niet meer komt, maar de volgende dag pas weer. Hierdoor treedt er meer ophoping op in de darmen. Je kan niet poepen zonder aandrang, dus probeer niet persend toch ontlasting kwijt te raken. Dit leidt op den duur tot veel meer problemen. Neem vooral de tijd voor de ontlasting.

Ongewild verlies van ontlasting (fecale incontinentie)

Wat is ontlastingscontinentie? Ontlastingsincontinentie is het niet kunnen ophouden van ontlasting. Hier wordt in het dagelijks leven weinig of niet over gesproken. Er rust nog steeds een groot taboe op. Als men het over incontinentie heeft, wordt vrijwel altijd urine-incontinentie bedoeld: het niet kunnen ophouden van de urine. Mensen schamen zich voor hun kwaal en praten er met niemand over, zelfs niet met hun huisarts. Het kan tot (grote) beperkingen in het sociale leven leiden. Ontlasting verliezen is allesbehalve leuk, maar er is gelukkig meestal wel iets aan te doen. Ongewild verlies van ontlasting kan bestaan uit het ongewild verliezen van windjes, vegen ontlasting in de onderbroek of een grotere hoeveelheid (harde of zachte) ontlasting bij aandrang of zo maar, ongemerkt.

Bij ontlastingsverlies is er vaak een combinatie van factoren die zorgen dat u geen controle meer hebt op het ophouden van uw ontlasting. Eén van de factoren is het onvermogen om de buitenste anale kringspier voldoende aan te spannen. Een andere factor is de consistentie van uw ontlasting, het kan bijvoorbeeld veel dunner zijn dan normaal. Als de ontlasting te dun is, zoals diarree, wordt het heel moeilijk om het op te houden. Onze buitenste kringspier is niet geschikt om waterdunne ontlasting op te houden.

De kringspier kan beschadigd zijn door een bevalling of door verslapping bijvoorbeeld door het ouder worden, tijdens en na de overgang of na een operatie in het gebied van de anus. Incontinentie van ontlasting kan ook optreden bij obstipatie. Er kan dan langs de dikke ontlasting in de darm dunne ontlasting naar buiten lekken.

Er kan ook ontlastingsverlies optreden door het niet goed ledigen van de endeldarm. Daardoor blijft er nog iets achter wat je vervolgens bij de dagelijkse activiteiten verliest zonder dat je het merkt.

Bekkenfysiotherapeutische behandeling van ontlastingsklachtenlachten

De sluitspier van de anus maakt onderdeel uit van de bekkenbodem en kan een rol spelen bij ontlastingsklachten. De bekkenbodem kan te gespannen (overactief) of te zwak (onderactief) zijn. Daarnaast kan de bekkenbodem mogelijk verkeerd reageren (coördinatiestoornis). Ook kan er een veranderd vullings- en/of aandranggevoel zijn ontstaan van de endeldarm.

In de behandeling worden adviezen gegeven met betrekking tot onder andere voedingsgewoonten, vochtinname, lichaamsbeweging en toiletgedrag.

Specifieke oefentherapie richt zich op bewustwording van de bekkenbodem en het functioneren hiervan. Verder zal er aandacht worden besteed aan het verbeteren van de bekkenbodemfuncties, zoals kracht, coördinatie, ontspanning en uithoudingsvermogen. Ook kan de mate van vulling en aandrang van de endeldarm worden getraind). Hierbij kan gebruik gemaakt worden van myofeedback, elektrostimulatie en ballontraining

Als u iets onderuitgezakt zit met een wat bolle rug, is de uitgang van de endeldarm en anus het meest naar beneden gericht. Dit maakt het makkelijker om de ontlasting kwijt te raken.
Een bolle rug is de beste houding

Toiletadviezen bij ontlasten

  • Ga bij aandrang tot ontlasting naar het toilet, zeker in geval van een moeizame stoelgang en houdt het niet op.
  • Je kan niet poepen zonder aandrang; probeer dus niet persend toch ontlasting kwijt te raken.
  • Neem de tijd voor ontlasting, het duurt even voordat de darm volledig leeg is.
  • De voeten staan plat op de grond. Gebruik eventueel een voetensteuntje als het toilet te hoog is.
  • Zit rechtop met de schouders boven de heupen en zak door en maak een bolle rug.
  • Het ondergoed moet goed omlaag, tot op de enkels.
  • Pas een rustige buikademhaling toe en wacht tot de ontlasting komt.
  • Wanneer de ontlasting niet komt kantelt u 10x het bekken (holle en bolle rug maken): als u een holle rug maakt ademt u rustig in en bij een bolle rug ademt u rustig uit. Komt de ontlasting dan nog niet op gang, blaas dan in uw vuist terwijl u uitademt en de buik en de flanken bol maakt, ga NIET persen, maar druk op deze manier een beetje mee naar beneden.
  • Probeer de anus slap te laten en de billen te ontspannen, richt de druk op de anus. Komt de ontlasting echt niet, terwijl u wel aandrang heeft, dan is het aan te raden van het toilet af te gaan en ongeveer 10 minuten intensief te bewegen (wandelen, huishoudelijke taken). Ga vervolgens opnieuw naar het toilet om het met bovengenoemde adviezen opnieuw te proberen.
  • Indien u geregeld obstipatie heeft, kunt u het beste een kwartier na iedere maaltijd naar het toilet gaan.
  • Trek na de ontlasting de anus licht in en maak dan de anus schoon.
  • Veeg altijd van voor naar achteren gebruik zacht toiletpapier, geen vochtige doekjes, deze bevatten alcohol. Maak de anus niet van binnen schoon.
  • Bij pijn of bij het niet goed schoon kunnen maken van de anus, spoel met water (fles, bidon of douche) en gebruik eventueel een föhn in de laagste stand om te drogen.
  • Als u last heeft van pijnlijk kloofjes bij de anus, kunt u vette créme of zalf rond de anus smeren voor u gaat ontlasten. Op deze manier glijdt de ontlasting langs de créme of zalf, en schuurt minder langs de kloofjes.